41. Hoofdletter uit eerbied
Een naam van een persoon of zaak die door veel mensen als heilig worden beschouwd, wordt als een eigennaam gezien en krijgt daarom een hoofdletter.
de Heilige Geest, Boeddha
a. Heilige personen en zaken
De eerbiedshoofdletter wordt onder meer gebruikt voor God, de Almachtige, het Koninkrijk Gods, Allah, Jahweh, Lieve-Vrouw, de Mensenzoon, Shiva, de Schepper en Vader, Zoon en Heilige Geest.
Samenstellingen met zo’n naam waarin direct naar de bedoelde heilige wordt verwezen, behouden de hoofdletter: Godsrijk, Godsbeleving, Godsgezant, Christusfiguur, Mariabeeld, Madonnabeeld. Als je de naam als soortnaam gebruikt (los of in een afleiding of samenstelling), vervalt het eigennaamkarakter en daarmee de hoofdletter. Bijvoorbeeld: goddelijk, in godsnaam (als synoniem van in vredesnaam), de Griekse goden, een godheid (de Godheid krijgt wel een hoofdletter als het ene Opperwezen bedoeld is), godsamme, messiaans, christusstand (term uit de gymnastiek), jezusnikes (sandalen), een stalen jezus (iemand die nooit lacht), een madonnagezicht hebben (een lieflijk gelaat hebben). Gebedsnamen waarin een heilige wordt aangesproken, krijgen hoofdletters: het Ave Maria, het Onzevader, twee Paternosters.
Het woord heilige wordt in combinatie met een eigennaam met een kleine letter geschreven: heilige Antonius, de heilige Anna. Combinaties met Sint- (en St.-) krijgen wel een hoofdletter: Sint-Antonius, St.-Anna. (Zie regel 59 voor het streepje.)

Woorden als doop, eucharistie, vormsel, sacrament krijgen doorgaans geen eerbiedshoofdletter, maar onder andere de Heilige Mis en het Heilig Avondmaal wel.
Woorden (vooral persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden) die verwijzen naar iemand die als heilig geldt, kunnen indien gewenst een hoofdletter krijgen: Laat de kinderen tot Mij komen; Eeuwig duurt Zijn goedheid. Maar kleine letters zijn ook correct.
b. Heilige boeken
Namen van boeken die voor grote groepen gelovigen heilig zijn, krijgen een hoofdletter: het staat in de Bijbel; de Wet en de Profeten. Zo ook onder meer Koran, de Schrift, Talmoed en Veda. Je verwijst dan vooral naar de tekst van dat heilige boek. Maar als je een willekeurig exemplaar van een boek bedoelt, is een kleine letter goed:
- op mijn hotelkamer lagen wel drie bijbels
- een mooi uitgegeven bijbel
- een vertaalde koran
Samenstellingen met en afleidingen van namen van heilige boeken hebben een hoofdletter: Bijbelkennis, Koranvertaling, Schriftgeleerde, een Bijbelse gelijkenis, on-Bijbelse toestanden, Talmoedisch.
Delen van heilige geschriften krijgen ook een hoofdletter: Genesis, Exodus, het Nieuwe Testament. Het is wel nieuwtestamentisch (met kleine letter).
Alternatief -- niet officieel, wel gangbaar
In de praktijk blijft de hoofdletter in samenstellingen en afleidingen als bijbelkennis, onbijbels en schriftgeleerde vaak achterwege. Dat komt doordat hoofdletters in een tekst erg nadrukkelijk kunnen overkomen. Bovendien vervalt ook bij diverse andere soorten namen de hoofdletter als er afleidingen en samenstellingen mee worden gevormd (middeleeuws, paasontbijt).
In deze spellinglijst staan daarom bij samenstellingen als Bijbelkennis en afleidingen als on-Bijbels naast de officiële spelling een alternatief met kleine letter: bijbelkennis, onbijbels.
c. De woorden u en uw
De woorden u en uw (in algemene zin voor personen) krijgen een kleine letter, behalve natuurlijk aan het begin van een zin. Ook bij het aanschrijven van hooggeplaatste personen, zoals de koning, zijn u en uw juist.
Alleen bij een verwijzing naar het Opperwezen zijn U en Uw met een eerbiedshoofdletter mogelijk; zie regel 41a.