2. Enkele en dubbele letters
In de spelling kun je met enkele en dubbele letters verschillende klanken weergeven.
kop – koop – kopen – koppen, vat – vaat – vaten – vatten
Ons alfabet telt 26 letters, maar het aantal klanken van onze taal is ongeveer het dubbele. Het tekort aan letters merk je vooral bij de klinkers. Er zijn vijf klinkerletters: a, e, i, o, u (en soms ook de y, zoals in baby), maar er zijn meer dan vijftien klinkerklanken. Het tekort aan klinkers en medeklinkers wordt (deels) opgelost door letters te verdubbelen of juist te verenkelen (zie hieronder a en b).
a. Verdubbeling van medeklinkers
Een medeklinker die tussen twee klinkers staat, wordt verdubbeld als je de eerste klinker kort uitspreekt.
kat – katten, zak – zakken
Er komt geen verdubbeling bij de onbeklemtoonde woordeinden -el, -em, -en, -er, -es, -et, -ig, -ik, -il, -it en -um in meervouden en afleidingen, zoals dreumesen, monniken, goochemerd en prediking. De klemtoon ligt daarbij duidelijk vooraan in het woord. Als zo’n woordeinde toch (enige) nadruk krijgt, geldt de verdubbelingsregel wel.
Vergelijk de volgende rijtjes. De linkerwoorden hebben een onbeklemtoonde klinker vóór de slotmedeklinker (in het enkelvoud of in de werkwoordstam), maar het rechterwoord heeft op diezelfde plaats een (licht) beklemtoonde klinker:
- engelen, labelen – lellebellen
- goochemerd, wasemen – beklemmen
- dreumesen, hannesen – prinsessen
- lemmeten, cricketen – sigaretten
- monniken, prediken – verstikken
- stencilen – bacillen
- kieviten, editen – gebitten
- Bussumer, Dokkumer – Hilversummer
In Bussumer staat maar één m, omdat de tweede lettergreep van Bussum geen klemtoon heeft. Zo ook: Lochemer. Maar het is wel Doetinchemmer. In een enkel geval is het verschil moeilijk te horen; vergelijk monnik (monniken) en batik (batikken).
Bij de onbeklemtoonde uitgangen -is en -us wordt de s wel verdubbeld: kennissen, krokussen, notarissen, statussen, en ook bij sommige leenwoorden, zoals presessen.
Bekende twijfelgevallen
- tennisster, oppasster, enz. hebben twee s’en: achter tennis en oppas komt het achtervoegsel -ster (ook de samenstelling tennisster (‘ster in het tennissen’) heeft twee s’en)
- de grootte, de zoutte, enz. hebben twee t’s: achter groot en zout komt het achtervoegsel -te, net zoals diepte en hoogte bestaan uit diep en hoog + -te
b. Verenkeling van klinkers
In een open lettergreep (een lettergreep die eindigt op een klinker) wordt een lang uitgesproken klinkerklank met één letter weergegeven.
slapen, leven, hopen, duren
In een lettergreep die eindigt op een medeklinker (een gesloten lettergreep), worden lang uitgesproken klinkerklanken met een dubbele letter geschreven: slaap. In een lettergreep die eindigt op een klinker, wordt de lang uitgesproken klinkerklank met één letter weergegeven: slapen – de p hoort bij de tweede lettergreep.
Een uitzondering geldt voor de klank [ee], die vaak met twee e’s wordt geschreven: zee, tweede; zie daarvoor regel 4.
Een andere uitzondering: vóór de letter w wordt de klinker nooit verdubbeld: ruw, zenuw, geduwd. (Zie ook regel 14.)
De Nederlandse regels voor verdubbeling en verenkeling lossen problemen met woorden uit andere talen niet op. De meeste van die geleende woorden worden geschreven zoals in de taal van herkomst (zie regel 1b). Daardoor is apart geen appart en graffiti geen grafitti. Sommige leenwoorden zijn wél aangepast in het Nederlands: mayonaise (zonder de Franse dubbele n), maffia (met dubbel f, terwijl het Italiaans er één gebruikt).