69. -e(n)- in samenstellingen
De tussenklank -e(n)- kan voorkomen in samenstellingen waarvan het eerste deel een zelfstandig naamwoord is. De regel leidt meestal tot de spelling -en- en soms tot -e-.
kippenhok, ziekenhuis, zonneschijn
De hoofdregel luidt: schrijf de tussenklank als -en- als het eerste deel alleen een meervoud heeft op -en (en niet op -es); schrijf anders -e-.
Kip heeft als meervoud kippen, en zieke heeft als meervoud zieken. In samenstellingen met die woorden als eerste deel wordt de tussenklank altijd geschreven als -en-: kippenhok, kippensoep, ziekenboeg, ziekenhuis.
Gemeente heeft niet alleen gemeenten als meervoud, maar ook gemeentes. In samenstellingen met als eerste deel een woord met ook of alleen een meervoud dat op -es eindigt, staat geen -en- maar alleen -e-: gemeentegrens, gemeentehuis, secondelang, secondewijzer.
Na een woord dat geen meervoud heeft, komt in een samenstelling ook geen tussen-n: helletocht, rijstevlaai.
Uitzonderingen op deze regel zijn: Koninginnedag en koninginnenacht; woorden die beginnen met zon, maan of Onze-Lieve-Vrouw; én samengestelde bijvoeglijke naamwoorden waarin het eerste deel alleen maar versterkend werkt en geen letterlijke betekenis meer heeft.
maneschijn, Onze-Lieve-Vrouwekerk, zonnebrand
beresterk, boordevol, pikkedonker, reuzeleuk
Woorden die buiten de tussen-e(n)-regeling vallen
Er bestaan veel woorden die eruitzien als een samenstelling met -e- of -en- tussen de delen, maar die niet onder de regel hierboven vallen. Het gaat om de volgende gevallen:
- Woorden als bovenraam, keukendeur, tegenstem en torenhoog. Er is hier geen sprake van een tussen-n; het eerste deel eindigt van zichzelf al op -en. Daaraan verandert ook niets als er een ander woord aan toegevoegd wordt. Zie verder regel 47.
- Woorden als ’s anderendaags, grotendeels, meestentijds en merendeel. De -en- is hier geen tussenklank maar een oude naamvalsuitgang. In deze woorden wordt de n ook vaak duidelijk hoorbaar uitgesproken. Zie verder regel 1.
- Woorden waarvan het eerste deel geen zelfstandig naamwoord is, maar bijvoorbeeld een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord: brekebeen, hebbedingetje, drinkebroer, lachebek, trekkebekken, hogeschool, klassevent, rodekool, spinnewiel, wiegelied, wittebrood. Deze woorden krijgen nooit een tussen-n.
Voor afleidingen geldt deze regel niet; zie regel 70.
Alternatief -- niet officieel, wel gangbaar
Bij tussenklanken vertrouwen taalgebruikers (terecht) op hun taalgevoel. Dat is ook volgens de officiële spelling toegestaan, behalve bij de tussen-e(n), waarvoor een strikt regelsysteem is ontworpen. De officiële regels voor de tussen-e(n) leiden soms tot spellingen die tegen het taalgevoel ingaan, zoals bladzijdelang en zielenpiet. De Spellingwijzer laat ruimte voor een vrije omgang met de tussen-e(n): er zijn geen strikte regels voor nodig. De meeste mensen redeneren volgens dezelfde patronen bij de keuze voor het wel of niet schrijven van een tussen-n. Deze patronen worden hieronder beschreven.
In de woordenlijst van de Spellingwijzer zijn de meestvoorkomende niet-officiële alternatieven opgenomen; ze worden gemarkeerd met alt. Maar ook in andere samenstellingen kan de tussen-n worden weggelaten of toegevoegd.
Vaak wel een tussen-n
Een tussen-n is gangbaar in de volgende gevallen:
- Als de samenstelling een (tamelijk) letterlijke betekenis heeft: soep met als bestanddeel kip is kippensoep; een bon om een boek mee te kopen is een boekenbon; tranen die een krokodil zou huilen, zijn krokodillentranen; het deel dat een leeuw zou opeisen, is het leeuwendeel.
- Als het eerste deel van de samenstelling een persoon aanduidt: boerenhoeve, studentenleven, vrouwenkwaal.
- Als het eerste deel van de samenstelling direct doet denken aan meer 'exemplaren': aandelenkoers, aardbeientaart, hordenloop, ideeënarm, namenlijst, urenlang, woordenboek.
Vaak geen tussen-n
Een tussen-n is voor veel mensen ongewoon in de volgende gevallen:
- Als het eerste deel van de samenstelling geen meervoud heeft of als het meervoud niet vaak wordt gebruikt: benzinepomp, hittegolf, rijstebrij, smartegeld, tarwebloem, terrorismebestrijding, vredelievend.
- Als bij het eerste deel van de samenstelling de gedachte aan één persoon, instantie, ding of dier overheerst: gildebroeder, kerkeraad, ruggemerg, zieleheil.
- Als de hele samenstelling geen letterlijke betekenis (meer) heeft: hanepoten, kuttekop, paddestoel, pierewaaien, spillebeen. Vaak gaat het hierbij om beeldspraak of scheldwoorden.