36. Taalnamen
Een naam van een taal of dialect krijgt een hoofdletter.
Fries, Duits, Limburgs
Zowel de zelfstandig gebruikte taalnaam als het bijvoeglijk naamwoord krijgt een hoofdletter: Ik spreek geen Fries; Hoeveel Duitse woorden ken jij?; Hoe zeg je dit op z’n Engels?
a. Streepjes en spaties
In een taal- of dialectnaam komen dezelfde streepjes of spaties te staan als in de aardrijkskundige naam waarvan hij is afgeleid: West-Vlaams (want: West-Vlaanderen), New Yorks (want: New York). (Zie regel 35.)
Er worden ook streepjes en hoofdletters gebruikt als de taalnaam een combinatie is van taalnamen of van een aardrijkskundige naam en een taalnaam: Belgisch-Nederlands (het Nederlands in België), Indo-Europees (Indisch en Europees), Brits-Engels, Reto-Romaans, Surinaams-Nederlands, Zuid-Afrikaans-Engels.
Er worden twee hoofdletters en een streepje gebruikt als de naam met een windrichting begint: Noord-Nederlands, Oost-Germaans, Zuid-Slavisch.
Na de elementen Oer-, Standaard-, Plat-, Middel-, Oud-, Nieuw-, Hoog-, Neder-, Neo- en Laat- vervalt de hoofdletter in de taalnaam. Er komt tussen het eerste deel en de taalnaam ook geen streepje: Oergermaans, Standaardnederlands, Platduits (maar: Algemeen Nederlands), Middelnederlands, Oudnederlands, Nieuwgrieks, Hoogduits, Nederduits, Neolatijn, Laatlatijn. Er komt wel een streepje als de taalaanduiding die volgt zelf al een streepje of spatie heeft: Oud-West-Vlaams.
Ook de volgende namen worden als één geheel beschouwd: Angelsaksisch, Creoolfrans, Kerklatijn, Kloosterlatijn, Volkslatijn, Kerkslavisch, Luikerwaals, Mandarijnenchinees, Negerengels, Negerhollands, Poldernederlands, Verkavelingsvlaams, Vroegmiddelnederlands.
Sommige bijvoeglijke naamwoorden worden los geschreven van de taalnaam: vulgair Latijn, klassiek Arabisch, modern Hebreeuws, middeleeuws Latijn, achttiende-eeuws Nederlands, enz. En zo ook: klassiek Arabische teksten, middeleeuws Latijnse woorden, enz.
Alternatief -- niet officieel, wel gangbaar
Het woord plat kan ook als los bijvoeglijk naamwoord gezien worden dat een eigenschap van de taal benoemt. Het staat dan net als andere bijvoeglijke naamwoorden los voor de taalnaam. In de woordenlijst van de Spellingwijzer staan daarom ook: plat Amsterdams en plat Haags.
b. Samenstellingen
Een taalnaam in een samenstelling of afleiding behoudt de hoofdletter: Engelssprekend, Nederlandstalig. Is de taalnaam het tweede deel van de samenstelling, dan komt er een streepje voor: managers-Nederlands, nep-Latijn. Negatief bedoelde benamingen van talen, vaak geen echte talen, krijgen een kleine letter: potjeslatijn, koeterwaals, steenkolenengels.
Alternatief -- niet officieel, wel gangbaar
De grens tussen een samengestelde taalnaam en een negatieve benaming is vaag. Zo zijn steenkolen-Engels en school-Frans wel degelijk als vormen van Engels en Frans op te vatten. Daarom geeft de woordenlijst van de Spellingwijzer ook de vorm met een streepje en een hoofdletter (vergelijkbaar met managers-Nederlands en nep-Latijn).
c. Afleidingen
Afleidingen van taalnamen, zoals werkwoorden, en woorden waarin de taalnaam niet meer letterlijk aanwezig is, krijgen een kleine letter: verfransen, latinisering, neerlandistiek. In zulke aanduidingen vervallen de koppeltekens: finoegristiek, indogermanistiek (naast Fins-Oegrisch en Indo-Germaans; zie regel 36a).
Al deze regels voor het hoofdlettergebruik (36a, b, c) hebben alleen betrekking op taalaanduidingen en dus niet op woorden als oer-Hollands, on-Nederlands, (een) oud-Germaans (gebruik), oud-Vlaamse (recepten). (Zie ook regel 35f en regel 59.)
d. Overig
Als de taalnaam in een uitdrukking wordt gebruikt, blijft de hoofdletter staan: Dat is Latijn/Chinees voor mij.
- Er komt een hoofdletter in combinaties als Arabische cijfers, Griekse letters, enz., maar niet in cyrillische letters, omdat cyrillisch geen taalnaam is, en ook niet van een aardrijkskundige naam is afgeleid.
- Namen van gebarentalen krijgen doorgaans twee hoofdletters: de Nederlandse Gebarentaal, de Amerikaanse Gebarentaal.
- Bij programmeertalen wordt de spelling gevolgd die de naamgever heeft vastgelegd: Basic, Cobol, JavaScript, Pascal, SQL.